Interview met Geug Leendertse

29 juni 2017 1239x bekeken, Reacties uitgeschakeld voor Interview met Geug Leendertse
Interview met Geug Leendertse

Vandaag heeft het Ad een interview gepubliceerd met Geug Leendertse  

In het elftal van DFC, dat in de tachtiger jaren onder leiding van Cees van der Sluis vanuit de vierde- in één ruk naar de eerste klasse opstoomde, was Geug Leendertse keeper. Met een beetje mazzel had Leendertse (59) ook in de hoofdklasse gekeept.

DORDRECHT

Dankzij een dubieuze strafschop wist RVC de opmars van de roodhemden echter te stoppen. „Omdat Dick Jol zich liet vallen”, memoreert Leendertse aan de schwalbe van de latere topscheidsrechter. Na afloop verscheen Jol in de Dordtse kleedkamer, prevelde ‘sorry jongens’, en zette twee kratjes bier neer.

Aan de vooravond van zijn tweede seizoen als vaste doelman kende de geboren Dordtenaar meer geluk.

Gelijkwaardig

Trainer Cees van der Sluis moest toen kiezen tussen Leendertse en de van DS’79 overgekomen Dick van der Starre. „Hij vond ons gelijkwaardig en er werd besloten te loten. Het lot was mij gunstig gezind.” Hoe de loting precies is gegaan, het kortste strootje trekken, een muntje opgooien of handje raden, weet hij niet meer. „En dan moet je weten dat Dick een jaar eerder nog tegen Feyenoord stond te keepen”, vertelt Leendertse.

De doelman begon bij Emma. „Mijn vader was arbeider en Emma was een arbeidersclub”, verklaart hij. Als jeugdkeeper zat Leendertse, die Rob Lagarde en Ron Doorn voor zich had, bij de hoofdmacht als wissel op de bank. Tot een debuut kwam het niet. Als 19-jarige waagde hij zijn kans bij DFC. De club, waar hij snel wortel schoot en aan de bar 40 jaar geleden mede-oprichter was van Bar Gebeure. De bekende blaaskapel, waarmee hij nog steeds zijn partijtje blaast. Op het veld stond hij een seizoen achter Cees Versluis en Robert Langevoort. In zijn tweede jaar liep hij op de training een duimblessure op en zat als dienstplichtig militair vierenhalve maand In het gips. Eenmaal fit kreeg Leendertse in de slotfase van de competitie de voorkeur boven Langevoort. Een prima debuut volgde, met zeges op DHZ en Puttershoek. Tegen Puttershoek scheurde hij een nier, maar speelde niettemin de wedstrijd uit.

Gespannen

Eenmaal fit was de goalie, die in zijn carrière ook nog een elleboogoperatie onderging, zeven jaar eerste keus. De steunpilaar, voor elke wedstrijd altijd gespannen, was voor niemand bang. „Bij het uitkomen nam ik alles mee. Ik denk dat Arie Evers nog steeds hoofdpijn heeft”, geeft hij aan zo nu en dan wel eens een eigen speler te hebben geraakt.

In 1985 werd hij met het Nederlands PTT-elftal, waarin profs als Adri van Tiggelen, Gerard Eichhorn en Eus van Vijfeijken uitkwamen, na een 1-0 zege op Engeland Europees kampioen. Twee jaar later maakte Leendertse, die natuurlijk ook wel eens blunderde, de overstap naar Emma en werd kampioen. Zijn tweede seizoen verliep minder voorspoedig. Na een geruchtmakende, met 4-3 verloren, duel tegen Spartaan ’20 volgde degradatie. „Ik heb die wedstrijd niet meegedaan. Ik lag op bed met migraine. Er zijn mensen die me er nu nog op aankijken. Emma stond vlak voor tijd nog met 3-1 voor en gebruikte twee keepers”, doelt hij op Ad Kardinaal en Leo Huijser.

Rentree

Na zijn terugkeer naar DFC speelde hij recreatievoetbal in het zaterdagteam. Door een blessure van Leo van Nuland maakte hij nog even een rentree in ‘zondag 1. ‘Trainer Eddy Treytel recruteerde hem na slechts één training voor vier wedstrijden. Daarna was hij DFC nog van dienst als jeugdtrainer, keeperstrainer en verzorger.

 




Gesloten voor reacties

WP2Social Auto Publish Powered By : XYZScripts.com