Interview Ruud Hendriks in AD De Dordtenaar

12 juli 2016 3574x bekeken, Reacties uitgeschakeld voor Interview Ruud Hendriks in AD De Dordtenaar
Interview Ruud Hendriks in AD De Dordtenaar

Vandaag een interview in het AD De dordtenaar met Ruud Hendriks , hieronder het complete interview.

 

Voormalig semiprof Ruud Hendriks beleefde bij DFC zijn mooiste jaren

Een spits met voetbalgogme

WEERZIEN MET… Een ex-sporter uit de regio kijkt terug op haar of zijn carrière. VANDAAG: Ruud Hendriks.

Tegenwoordig zouden trainers een voetballer als Ruud Hendriks een speler met voetbalgogme noemen. Maar Hendriks (61), heden ten dage snorloos en zwaarder geworden, werd in zijn succesperiode bij amateurclub DFC gewoon als een slimme voetballer getypeerd. Hendriks begon zijn voetballeven bij het toen nog in het betaald voetbal uitkomende DFC en vierde als junior menig kampioensfeestje.

Talentvol

In 1972 werd hij als talentvolle A-junior naar de reservisten overgeheveld. Een jaar later speelde hij voor FC Dordrecht, dat de licentie van het met betaald voetbal gestopte DFC had overgenomen. Hendriks ontwikkelde zich wel, maar kon gedurende acht jaar de trainers Bob Janse, Hans Alleman, René van Eck, Jan Rab en Jan van Daal niet voldoende van zijn kwaliteiten overtuigen. De snelle rechtshalf speelde zijn wedstrijden meestal in het C-team en moest het bij de hoofdmacht hoofdzakelijk met invalbeurten doen. 1979 was zijn laatste jaar als contractspeler.

,,Het was het eerste seizoen van DS’79”, wijst hij naar een elftalfoto, waarop onder anderen keeper Wim Berends, Ad van der Linden, Geert Jansen en Harry van den Ham staan afgebeeld. ,,Het jaar daarop kwamen mannen als Huub Smeets en Epi Drost”, weet Hendriks, die later namens DS’79 nog heeft gescout en bijvoorbeeld op het spoor kwam van Reinier Robbemond.

In 1980 keerde hij terug naar DFC, de club waar zijn vader als elftalleider veel voetstappen heeft liggen. Bij de rood-witten kende hij onder leiding van trainer en sfeermaker Cees van der Sluis zijn mooiste voetbaljaren. De terugkeer naar DFC was een abc’tje. ,,Mijn vader wilde dat graag”, blikt Hendriks, die zodoende nog een jaar of twee met zijn zeven jaar oudere broer in het eerste kon spelen, terug.

Assists

De volle neef van Cees van der Sluis, later ook succesvol met Oranje Wit, werd in de spits geposteerd en viel op door zijn doelpunten en assists. Daarvan trok zijn maatje in de aanval, topscorer Ad Stam, profijt. Zelf produceerde de vol zelfvertrouwen spelende Hendriks meestal zo rond de vijftien goals per seizoen. Altijd met de voet, want koppen was niet bepaald zijn sterkste kant.

,,We hadden een goede ploeg. We begonnen in de vierde klasse en liepen snel door naar de eerste klasse. We haalden bijna de hoofdklasse, destijds de hoogste afdeling, maar kwamen één puntje tekort. We hadden een fijne groep. De sfeer was prima en dat kwam echt niet alleen omdat de resultaten goed waren”, stelt Hendriks, die onder anderen doelman Geug Leendertse, Arie Evers, Arie Delmotte, Hans Koster, Gerard Bos en Ton Lesnussa als ploegmakkers had.

Eddy Treijtel

Hendriks, al 41 jaar werkzaam op het administratie- & adviesbureau van Gerard Bouwer, degradeerde in een later stadium met DFC naar de tweede klasse. ,,Het jaar met Eddy Treijtel”, beaamt hij lachend dat de oud-keeper van Feyenoord niet bepaald een carnavalsvierder was. Zo rond zijn 35ste hield Hendriks het voor gezien. Waarna hij nog een paar jaar in een lager elftal voetbalde.

In zijn beste jaren klopte ook Jan Huijser namens Ceverbo nog bij hem aan. ,,Maar zaalvoetballen zag ik niet zitten. Te weinig ruimte.” Als kind van de club, zijn naam staat al meer dan een halve eeuw op de ledenlijst, is hij het naar de kelder van het (zaterdag)voetbal afgezakte DFC trouw gebleven. Hij bezoekt op zaterdag altijd de thuiswedstrijden en was ook jarenlang jeugdtrainer.

 


Gesloten voor reacties

WP2Social Auto Publish Powered By : XYZScripts.com